ECLI:NL:RBUTR:2009:BL1917
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. Schotman
- G. Perrick
- I. Bruna
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijke overtreding vuurwerkvoorschriften met geldboete en voorwaardelijke stillegging
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen een rechtspersoon die werd verdacht van het opzettelijk in bezit hebben van consumentenvuurwerk dat niet voldeed aan het Vuurwerkbesluit en de Regeling Nadere Eisen Vuurwerk 2004. Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was voor het ten laste gelegde feit van het binnen Nederland brengen en ter beschikking stellen van illegaal vuurwerk, waarvoor verdachte werd vrijgesproken.
Wel werd vastgesteld dat op 13 december 2006 een aanzienlijke hoeveelheid vuurwerk aanwezig was die niet voldeed aan de Nederlandse voorschriften, waaronder het ontbreken van Nederlandstalige gebruiksaanwijzingen, het gebruik van herlaadbaar vuurwerk en het ontbreken van vluchtstabilisatie bij vuurpijlen. Verdachte had als ervaren vuurwerkhandelaar de plicht dit te controleren en had bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het vuurwerk niet aan de regels voldeed.
De rechtbank veroordeelde de rechtspersoon tot een geldboete van €15.000 en legde een voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor de duur van één maand op, met een proeftijd van twee jaar. De officier van justitie werd niet ontvankelijk verklaard voor het deel van de tenlastelegging dat betrekking had op handelingen in Duitsland wegens gebrek aan rechtsmacht.
De straf werd gematigd ten opzichte van de eis vanwege het niet bewezen verklaren van een deel van de tenlastelegging en de tijdsduur sinds het bewezen feit. De uitspraak benadrukt het belang van naleving van vuurwerkvoorschriften en de maatschappelijke verantwoordelijkheid van handelaren.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van €15.000 en een voorwaardelijke stillegging van de onderneming voor één maand.