ECLI:NL:RBUTR:2009:BL0606
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering en vergoeding bemiddelingswerkzaamheden bij koopovereenkomst onder opschortende voorwaarde
In deze zaak stond centraal of tussen BAM Vastgoed B.V. en eisers een koopovereenkomst tot stand was gekomen met betrekking tot de gronden van de lakfabrieken, en of eisers recht hadden op vergoeding voor hun bemiddelingswerkzaamheden. Uit getuigenverklaringen bleek dat partijen een overeenkomst hadden gesloten onder de opschortende voorwaarde dat de grond als bouwterrein gekwalificeerd moest worden en dat een onherroepelijke bouwvergunning moest worden verkregen.
De rechtbank stelde vast dat de overeenkomst weliswaar bestond, maar dat nakoming pas kon worden gevorderd na vervulling van de opschortende voorwaarde. Desondanks oordeelde de rechtbank dat eisers reeds recht hadden op vergoeding omdat zij hun werkzaamheden succesvol hadden verricht door partijen met elkaar in contact te brengen. De vergoeding was afhankelijk gesteld van het sluiten van de definitieve koopovereenkomst, maar deze was nog niet uitgevoerd vanwege omstandigheden buiten de invloed van eisers.
De rechtbank bepaalde dat de hoogte van de vergoeding nog vastgesteld moest worden, omdat partijen hierover geen overeenstemming hadden bereikt. De zaak werd verwezen naar een nieuwe rolzitting waarin eisers zich mochten uitlaten over de hoogte van de vergoeding, waarna BAM daarop kon reageren. De rechtbank hield verdere beslissingen aan totdat hierover duidelijkheid was verkregen.
Uitkomst: Rechtbank oordeelt dat eisers recht hebben op vergoeding voor bemiddelingswerkzaamheden ondanks opschortende voorwaarde, hoogte vergoeding wordt nader vastgesteld.