ECLI:NL:RBUTR:2009:BL0337

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
18 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
624032 UC EXPL 09-4911 MVV
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 lid 1 onderdeel b Elektriciteitswet 1998Art. 13 lid 1 Algemene voorwaardenArt. 4 lid 6 Algemene voorwaardenArt. 4 lid 2 Algemene voorwaardenArt. 1 Algemene voorwaarden
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering terugbetaling onverschuldigde betaling na meterafsluiting wegens valse zegels

Eiser woonde in een stacaravan en nam elektriciteit af via een meter die op 15 januari 2008 door Eneco en de politie werd verwijderd vanwege geconstateerde onregelmatigheden, waaronder het verbreken van zegels op de meter. Eneco stelde eiser aansprakelijk en stuurde een factuur van € 2.667,54, die eiser betaalde. De elektriciteit werd daarop heraangesloten.

Eiser vorderde vervolgens terugbetaling van dit bedrag en een immateriële schadevergoeding omdat hij meende dat de meter niet was gemanipuleerd en de afsluiting onrechtmatig was. Hij verwees naar het feit dat de strafzaak wegens diefstal was geseponeerd en dat de zegels op foto's intact leken.

Eneco stelde dat de meter was gemanipuleerd met valse zegels, ondersteund door verklaringen van speciaal opgeleide medewerkers en foto’s van de meter en zegels. De kantonrechter constateerde ter zitting dat de zegels aan de meter van eiser afweken van de originele fabriekszegels en dat het verweer van eiser onvoldoende was onderbouwd.

De kantonrechter oordeelde dat eiser aansprakelijk was voor de manipulatie en dat zijn vorderingen tot terugbetaling en immateriële schadevergoeding daarom werden afgewezen. Eiser werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot terugbetaling en immateriële schadevergoeding wordt afgewezen wegens vastgestelde manipulatie van de elektriciteitsmeter.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector kanton
Locatie Utrecht
zaaknummer: 624032 UC EXPL 09-4911 MVV
vonnis d.d. 18 november 2009
inzake
[eiser],
wonende te [woonplaats],
verder ook te noemen [eiser],
eisende partij,
gemachtigde: mr.drs. A. Boumanjal,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Eneco Services B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
verder ook te noemen Eneco,
gedaagde partij,
gemachtigde: mr. A. Ester.
Verloop van de procedure
De kantonrechter verwijst naar het tussenvonnis van 20 mei 2009.
Eneco heeft voorafgaand aan de comparitie nog stukken in het geding gebracht.
De comparitie is gehouden op 31 augustus 2009. Daarvan is aantekening gehouden.
Hierna is uitspraak bepaald.
De feiten
1
[eiser] bewoont de stacaravan aan [adres] (hierna: de woning).
[eiser] neemt elektriciteit af ten behoeve van zijn woning.
1.1
Op 15 januari 2008 heeft Eneco tezamen met de Regiopolitie Utrecht de woning bezocht, de woning afgesloten van het elektriciteitsnet en de elektriciteitsmeter die was geplaatst in een kast aan de buitenzijde van de woning weggenomen.
1.2
Eneco heeft [eiser] bij brief van 17 januari 2008 als volgt bericht:
“Op 15/01/2008 10:15 uur heeft ENECO Netbeheer B.V. bij u op het adres [adres], de volgende onregelmatigheden geconstateerd:
* Van de elektriciteitsmeter werden de ijkzegels en het zegel van de hoofdaansluitkast verbroken, waardoor de meter niet meer voldoet aan de eisen volgens de Meetcode genoemd in art. 31 lid 1 onderdeel Pro b van de Elektriciteitswet 1998 en vervangen dient te worden.
Dit alles zonder de uitdrukkelijke toestemming van ENECO Netbeheer B.V.
Op grond van de artikelen 13 lid 1, 4 lid 6 en 4 lid 2 van de Algemene voorwaarden (…) stellen wij u hiervoor, als eigenaar/netgebruiker c.q. afnemer in de zin van artikel 1 van Pro bovengenoemde voorwaarden, aansprakelijk.
Van de elektriciteitsmeter hebben wij het energieverbruik herberekend, dit naar een jaargemiddelde. Gelet op het misbruik hebben wij de energietoevoer afgesloten. Alleen wanneer u het volledige notabedrag (…) betaalt, zal tot heraansluiting worden overgegaan.”
1.3
De desbetreffende factuur bedroeg € 2.667,54, bestaande uit € 2.248,82 aan “Totaal ontvreemd energieverbruik”, € 57,22 aan “Totaal materiaal kosten” en € 361,50 aan “Totaal Arbeidsloon”.
1.4
[eiser] heeft de factuur voldaan waarna Eneco een nieuwe meter heeft geplaatst en de elektriciteitstoevoer heeft hersteld.
1.5
Eneco heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit door [eiser]. De zaak is in augustus 2008 geseponeerd omdat er naar het oordeel van de Officier van Justitie onvoldoende wettig bewijs is voor vervolging van [eiser].
Het geschil en de beoordeling daarvan
2.1
[eiser] vordert veroordeling van Eneco, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, tot betaling aan [eiser] tegen kwijting van een bedrag van € 2.667,54 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling van gemeld bedrag door [eiser] aan Eneco tot aan de dag van terugbetaling door Eneco, alsmede tot betaling van een bedrag van € 2.000,- ter vergoeding van geleden immateriële schade, met veroordeling van Eneco in de proceskosten.
2.2
[eiser] stelt ter onderbouwing van zijn vorderingen - samengevat - dat Eneco op 15 januari 2008 ten onrechte de elektriciteitsmeter heeft verwijderd. De op de foto’s van Eneco getoonde zegels op de meter zijn dezelfde als die bij het aangaan van de overeenkomst op de meter zaten. Bovendien is op de foto’s te zien dat de zegels nog intact zijn.
[eiser] heeft de meters niet aangeraakt. Dat blijkt onder meer uit het feit dat de strafzaak wegens diefstal is geseponeerd. Daar komt bij dat Eneco de zaak niet in den minne heeft willen schikken.
De afsluiting is dan ook onrechtmatig. Aangezien elektriciteit een eerste levensbehoefte is, was [eiser] genoodzaakt de factuur van Eneco te voldoen. [eiser] heeft aldus onverschuldigd aan Eneco betaald, aldus [eiser].
Bovendien heeft [eiser] grote immateriële schade geleden omdat hij verstoken is geweest van (gas en) elektriciteit, aldus [eiser].
3.1
Het verweer van Eneco strekt tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] in zijn vordering, althans tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. De inhoud van het verweer komt hierna bij de beoordeling van het geschil aan de orde.
4.1
Tussen partijen is niet in geschil dat op basis van de overeenkomst tussen partijen en de daarbij behorende algemene voorwaarden [eiser] als contractant aansprakelijk is voor schade aangebracht aan de meter en schade die het gevolg is van manipulatie van de meter.
In deze zaak gaat het derhalve om het antwoord op de vraag of (de verzegeling van de) de meter is gemanipuleerd. Wie, als vast is komen te staan dat er is gemanipuleerd, de zegels heeft verbroken, is in het licht van de contractuele aansprakelijkheid van [eiser] dan ook niet relevant. In zoverre kan de stelling van [eiser] dat niet is komen vast te staan dat hij de meters heeft gemanipuleerd zijn vordering niet dragen.
4.2
Eneco heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de meter is gemanipuleerd betoogd dat twee van haar speciaal opgeleide medewerkers hebben geconstateerd dat de verzegeling van de hoofdaansluitkast was verbroken en dat bij nadere controle van de meter bleek dat ook de fabriekszegels van het telwerkhuis waren verbroken. Deze zegels waren vervangen door valse zegels. Ter zitting heeft Eneco nader uiteengezet dat zij onder valse zegels verstaat andere dan de originele fabriekszegels, daaronder begrepen fabriekszegels die na te zijn verbroken weer zijn dichtgemaakt.
Eneco heeft foto’s overgelegd van originele fabriekszegels en foto’s van de (zegels aan de) meter van [eiser] zoals die op 15 januari 2008 werd aangetroffen.
Ter zitting heeft Eneco bovendien de meter van [eiser], met zegels, getoond.
4.3
De kantonrechter is van oordeel dat de niet onderbouwde stelling van [eiser] dat de zegels niet vals zijn, gelet op de wijze waarop Eneco haar betoog heeft onderbouwd, zijn vordering niet kan dragen. De kantonrechter neemt daarbij in aanmerking dat de kantonrechter ter zitting heeft geconstateerd dat de zegels die zich aan de meter van [eiser] bevonden, afwijken van de fabriekszegels. Uit de foto’s van de fabriekszegels blijkt dat deze een gelijkmatige vorm hebben (behoudens waar de zegel om de draad is gevouwen) en een duidelijke inslag aan weerszijde. De zegels aan de meter van [eiser] hebben een aanmerkelijk gehavende “rand”. Bovendien is de inslag aan weerszijde van de zegels vanaf één punt weggedrukt, wellicht ten gevolge van het dichtknijpen met een niet voor verzegeling bestemde tang. Voorts neemt de kantonrechter daarbij in aanmerking dat de gemachtigde van [eiser] ter zitting heeft betoogd dat de zegels zouden zijn verbroken door medewerkers van (aannemers) van Eneco die aan de meter zouden hebben gewerkt en dat de zoon van [eiser] daarover zou kunnen getuigen, maar dat bij doorvragen [eiser] heeft verklaard dat die medewerkers eerst nadat de meter was vervangen, dus aan/bij de huidige meter, werkzaamheden hebben verricht.
4.4
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de kantonrechter aan de vraag of [eiser] moet worden toegelaten tot bewijs van de door hem gestelde feiten en omstandigheden niet meer toe.
4.5
De vordering tot (terug)betaling zal worden afgewezen. De vordering tot immateriële schadevergoeding deelt dat lot.
4.6
[eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure.
Beslissing
De kantonrechter:
- wijst de vordering af;
- veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Eneco, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 350,- aan salaris gemachtigde.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H.F. van Vugt, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 november 2009.