ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8645
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor valsheid in geschrift en uitkeringsfraude door bewust verzwijgen inkomsten en vermogen
De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld wegens valsheid in geschrift en uitkeringsfraude. Verdachte heeft in de periode van februari tot juni 2000 op de door de gemeente verstrekte formulieren (IV’s) bewust onjuiste informatie verstrekt door het ontkennen van inkomsten uit arbeid en het niet melden van bankrekeningen. Daarnaast heeft hij in latere periodes bewust informatie verzwegen over zijn verblijf in België, inkomsten uit arbeid, werkloosheidsuitkering, kinderbijslag, belastingteruggaven, onderhuur van zijn woning, handel in kopieermachines, huwelijk en voertuigen op zijn naam.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze gegevens niet heeft gemeld, waardoor hij ten onrechte bijstandsuitkeringen ontving. De verdediging voerde onder meer aan dat bewijs ontbrak voor bepaalde periodes en dat verdachte zijn hoofdverblijf in België had, maar deze stellingen werden door de rechtbank verworpen. Verdachte werd vrijgesproken voor wat meer of anders was ten laste gelegd.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van de feiten, de lange duur van de fraude, eerdere soortgelijke veroordelingen van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. De opgelegde straf bestaat uit 7 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, wegens valsheid in geschrift en uitkeringsfraude.