ECLI:NL:RBUTR:2009:BK8465
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg vaststellingsovereenkomst en verrekening alimentatiebetalingen tussen ex-echtelieden
Partijen, voormalige echtelieden, zijn in geschil over de verrekening van door de man verrichte betalingen ten behoeve van de vrouw met zijn alimentatieverplichtingen. De man vordert een verklaring van recht dat de vrouw geen vordering op hem heeft en dat hij de betalingen mag verrekenen met zijn alimentatie. De vrouw stelt dat een eerder gesloten vaststellingsovereenkomst alle vorderingen tussen partijen regelt, waardoor verrekening niet mogelijk is.
De rechtbank onderzoekt of de voorwaardelijke vaststellingsovereenkomst tot stand is gekomen. De man voert aan dat de voorwaarde niet is vervuld, maar de rechtbank oordeelt dat hij onvoldoende feiten heeft gesteld om dit te onderbouwen. Een eerder vonnis van de rechtbank heeft vastgesteld dat de overeenkomst wel tot stand is gekomen, en het enkele feit dat de man hiertegen in hoger beroep is gegaan, is onvoldoende.
Toegepast op het Haviltex-criterium concludeert de rechtbank dat partijen met de vaststellingsovereenkomst een integrale regeling van alle bestaande vorderingen hebben beoogd, inclusief de aanspraak van de man op vergoeding van door hem betaalde bedragen. Omdat deze aanspraak niet als uitzondering is vermeld, valt deze onder de overeenkomst en is verrekening uitgesloten. De vorderingen van de man worden afgewezen en iedere partij draagt zijn eigen proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de man af en bevestigt dat de vaststellingsovereenkomst een integrale regeling vormt waardoor verrekening niet mogelijk is.