ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7656
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Gorter
- G.C. van Gelein Vitringa-Boudewijnse
- M.P. Glerum
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding na onterechte schorsing rijbewijs door CBR
Eiser werd onterecht geschorst van zijn rijbewijs vanwege een persoonsverwisseling met zijn tweelingbroer die onder invloed had gereden. Na herroeping van het besluit vorderde eiser schadevergoeding voor de periode van 65 dagen dat hij zijn rijbewijs niet kon gebruiken, inclusief juridische kosten.
De rechtbank oordeelde dat de bestuursrechtelijke schorsing geen punitieve sanctie is en dat schadevergoeding op grond van artikel 164, negende lid, WVW niet van toepassing is bij schorsing. Eiser had geen concrete onderbouwing van zijn schade geleverd, ondanks de verplichting om relevante gegevens te verstrekken volgens artikel 4:2 Awb Pro.
De rechtbank verwierp de door eiser voorgestelde abstracte schadeberekening, omdat deze niet aansluit bij bestuursrechtelijke normen. Ook eerdere verzoeken om proceskostenvergoeding waren reeds kracht van gewijsde verklaard. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.