ECLI:NL:RBUTR:2009:BK7174
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen ondanks arbeidsongeschiktheid
De werknemer trad in 1998 in dienst bij Fiën Adviesgroep en vervulde de functie van administrateur. Eind 2008 werd zij meegedeeld dat wegens bedrijfseconomische redenen ontslag dreigde. Op 5 januari 2009 meldde zij zich ziek vanwege psychische stress, welke arbeidsongeschiktheid volgens de bedrijfsarts al was aangevangen vóór ontvangst van het ontslagverzoek bij het UWV.
Fiën vroeg op 6 januari 2009 toestemming aan het UWV voor ontslag op bedrijfseconomische gronden, welke op 5 februari 2009 werd verleend. De werkgever stelde dat het opzegverbod wegens ziekte niet van toepassing was omdat de arbeidsongeschiktheid na ontvangst verzoek zou zijn begonnen. De kantonrechter oordeelde echter dat de arbeidsongeschiktheid reeds bestond vóór ontvangst van het verzoek, waardoor het opzegverbod geldt en de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd.
Subsidiair verzocht Fiën ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen. De kantonrechter stelde vast dat er sprake was van structurele werkvermindering, technologische veranderingen en een slechte financiële situatie, wat een bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie vormde. De arbeidsovereenkomst werd daarom ontbonden met ingang van 1 februari 2010.
Ten aanzien van de vergoeding werd rekening gehouden met de slechte financiële situatie van Fiën, maar ook met het feit dat de vennootschappen voldoende levensvatbaarheid toonden. Gezien de arbeidsongeschiktheid van de werknemer gedurende 2009 werd een correctiefactor van 0,5 toegepast, wat resulteerde in een bruto vergoeding van €23.714,37.
Fiën kreeg tot 6 januari 2010 de gelegenheid het verzoek in te trekken, bij intrekking zou zij de proceskosten dragen. Bij niet-intrekking werd het verzoek toegewezen en werden de proceskosten gecompenseerd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 februari 2010 met een vergoeding van €23.714,37 bruto aan de werknemer.