ECLI:NL:RBUTR:2009:BK6867
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.C. Hagedoorn
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over toepasselijkheid van twee verschillende algemene voorwaarden in bouwcontract
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal tussen twee besloten vennootschappen, waarbij de vraag is welke algemene voorwaarden van toepassing zijn op een bouwopdracht. [A] B.V. had op 12 maart 2008 een opdrachtbevestiging gestuurd met verwijzing naar haar eigen Algemene voorwaarden zakelijk verkeer voor afbouwbedrijven. Vervolgens bevestigde [B] B.V. op 16 april 2008 de opdracht, verwijzend naar een bestek waarin de geschillenbeslechting via de Raad van Arbitrage voor Bouwbedrijven was geregeld.
[B] stelde dat de rechtbank niet bevoegd was omdat de geschillenbeslechting volgens het bestek via arbitrage moest verlopen. [A] betwistte dit en voerde aan dat op grond van artikel 6:225 lid 3 BW Pro de tweede verwijzing naar andere algemene voorwaarden geen werking heeft indien de eerste niet uitdrukkelijk is verworpen. De rechtbank stelde vast dat [A] de opdrachtbevestiging van [B] van 16 april 2008 gerechtelijk erkend had ontvangen en dat deze bevestiging als aanvaarding met ondergeschikte afwijkingen moest worden beschouwd.
De rechtbank concludeerde dat de Algemene voorwaarden zakelijk verkeer voor afbouwbedrijven van [A] van toepassing zijn, omdat [B] deze niet uitdrukkelijk had verworpen. Het verzoek van [B] tot onbevoegdverklaring werd afgewezen en [B] werd veroordeeld in de proceskosten van het incident. De rechtbank beval tevens een comparitie ter nadere behandeling van de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring af.