ECLI:NL:RBUTR:2009:BK6855
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opzegging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik voor sloop boerderij
De zaak betreft een huurovereenkomst van een boerderij die sinds 1983 loopt. De verhuurder heeft de huurovereenkomst opgezegd wegens dringend eigen gebruik met het oog op sloop en nieuwbouw. Een bouwtechnisch rapport stelde vast dat de boerderij ernstige gebreken vertoont en herstelkosten van circa €600.000 met zich meebrengt, waardoor sloop economisch verantwoord wordt geacht.
De boerderij staat echter sinds 1994 op de monumentenlijst, waardoor voor sloop een monumentenvergunning vereist is. De verhuurder heeft deze vergunning nog niet aangevraagd en kan niet aannemelijk maken dat deze binnen afzienbare termijn zal worden verleend. De gemeente is niet bereid om toezeggingen schriftelijk te bevestigen.
De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst daarom niet toewijsbaar is. Daarnaast is vastgesteld dat de verhuurder jarenlang geen noemenswaardig onderhoud heeft gepleegd, wat mede heeft bijgedragen aan de slechte staat van het gehuurde. De vordering wordt met terughoudendheid beoordeeld.
In reconventie vordert de huurder herstel van het rieten dak of noodreparaties, maar deze vordering wordt eveneens afgewezen wegens onvoldoende specificatie en onduidelijkheid over de aard van de reparaties.
Beide partijen worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de wederpartij. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot beëindiging van de huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik wordt afgewezen omdat de benodigde vergunningen niet binnen afzienbare termijn worden verleend.