ECLI:NL:RBUTR:2009:BK6617
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Veldhuijzen
- I. Bruna
- Rechtspraak.nl
Toestemming en strafoplegging voor tenuitvoerlegging buitenlandse drugsvonnis in Nederland
De rechtbank Utrecht behandelde op 14 december 2009 een vordering van het openbaar ministerie tot verlofverlening voor de tenuitvoerlegging in Nederland van een strafvonnis van het Crown Court te Croydon (VK) uit 2008. De veroordeelde, een Nederlandse staatsburger geboren in Ghana, was veroordeeld tot 7 jaar gevangenisstraf wegens invoer van 626 gram zuivere cocaïne.
De rechtbank nam kennis van alle relevante stukken, waaronder het Britse vonnis, de toepasselijke Britse wetgeving, en de instemming van de veroordeelde met overbrenging naar Nederland. Tijdens de terechtzitting bevestigde de veroordeelde zijn verzoek om de resterende straf in Nederland te mogen ondergaan. De raadsman verzocht om een lagere straf dan de Britse opgelegde straf, gezien het ontbreken van eerdere veroordelingen en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de tenuitvoerlegging toelaatbaar was op grond van het Verdrag inzake overbrenging van gevonniste personen en de Nederlandse Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen. Bij strafoplegging werd rekening gehouden met Nederlandse strafmaatstaven, waarbij een gevangenisstraf van 6 tot 12 maanden gebruikelijk is voor soortgelijke feiten. Gezien de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden werd een straf van 27 maanden opgelegd, met aftrek van reeds doorgebrachte hechtenis in Nederland en het Verenigd Koninkrijk.
De rechtbank besloot de tenuitvoerlegging toe te staan, de straf op 27 maanden vast te stellen, en de onmiddellijke invrijheidstelling van de veroordeelde te gelasten, met inachtneming van de reeds doorgebrachte detentietijd.
Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging en legt een gevangenisstraf van 27 maanden op met aftrek van reeds doorgebrachte hechtenis.