ECLI:NL:RBUTR:2009:BK6028
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst ondanks ontslagvergunning en sociaal plan
Verzoeker, sinds 1987 in dienst als chauffeur, vroeg ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen en vorderde een bruto vergoeding van €98.109. Verzoeker stelde dat de keuze van verweerder om via het UWV tot ontslag te komen, leidde tot een onzekere en stresserende situatie zonder adequate compensatie.
Verweerder had het UWV tweemaal om toestemming gevraagd; de eerste keer geweigerd, de tweede keer verleend. Vervolgens werd de arbeidsovereenkomst opgezegd met een opzegtermijn tot 6 december 2009. Verzoeker was vanaf 1 april 2009 vrijgesteld van werkzaamheden.
De kantonrechter oordeelde dat het ontbindingsverzoek moest worden afgewezen omdat de arbeidsovereenkomst per 6 december 2009 zou eindigen op basis van een geldige ontslagvergunning. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een eerdere ontbinding rechtvaardigden. Het enkele feit dat nog een vergoeding moest worden vastgesteld, is daarvoor onvoldoende. Bovendien had verweerder een Sociaal Plan opgesteld met financiële tegemoetkomingen, waar verzoeker onvoldoende tegenbewijs voor leverde.
Verzoeker had nagelaten zijn stellingen over stress en onzekerheid te onderbouwen met medische gegevens of andere bewijsstukken. Ook had hij niet aangegeven waarom het Sociaal Plan ontoereikend was. De kantonrechter veroordeelde verzoeker in de proceskosten van €400 aan de zijde van verweerder.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.