ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5511
Rechtbank Utrecht
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Loondoorbetaling tijdens ziekte en omslagpunt passende arbeid naar bedongen arbeid
De zaak betreft een werknemer die sinds 1998 arbeidsongeschikt is en vanaf 2003 passende werkzaamheden verrichtte, bestaande uit lichte timmerwerkzaamheden en magazijnwerk. De werkgever stopte in mei 2009 de loondoorbetaling wegens vermeende ongeoorloofde afwezigheid en stelde dat de loondoorbetalingsverplichting na 52 weken was geëindigd.
De werknemer vorderde in kort geding betaling van achterstallig loon en stelde dat de passende arbeid inmiddels de bedongen arbeid was geworden, zodat de werkgever gehouden bleef tot loondoorbetaling bij ziekte. De kantonrechter overwoog dat na een periode van ruim drie jaar passende arbeid zonder wijziging van de arbeidsovereenkomst sprake was van een omslagpunt waarbij de passende arbeid als bedongen arbeid geldt.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat er sprake was van een nieuwe ziekteperiode vóór mei 2009 en dat de uitval vanaf 13 mei 2009 een nieuwe ziekteperiode betrof met een nieuwe loondoorbetalingsverplichting. De vordering tot betaling van loon, wettelijke verhoging, stortingen in het Tijdspaarfonds, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten werd toegewezen.
De uitspraak benadrukt het belang van het tijdig aanpassen van de arbeidsovereenkomst bij langdurige passende arbeid en bevestigt het omslagpunt na circa drie jaar passende arbeid. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon en bijkomende kosten, met een matiging van de wettelijke verhoging tot 25%.
Uitkomst: De werkgever is veroordeeld tot betaling van loon en bijkomende kosten omdat passende arbeid na drie jaar als bedongen arbeid geldt.