ECLI:NL:RBUTR:2009:BK5248
Rechtbank Utrecht
- Raadkamer
- Z.J. Oosting
- J.M. Bruins
- H.A. Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis wegens aanhoudende ernstige bezwaren
De verdachte heeft een verzoek ingediend tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis, stellende dat er geen ernstige bezwaren meer zijn die de hechtenis rechtvaardigen en dat de duur van het voorarrest mogelijk gelijk is aan de opgelegde straf bij veroordeling.
De officier van justitie verzet zich tegen dit verzoek en benadrukt dat de ernstige bezwaren en gronden voor voorlopige hechtenis nog steeds onverkort van toepassing zijn en dat de situatie van artikel 67a lid 3 Sv niet van toepassing is.
De rechtbank heeft de zaak onderzocht en geoordeeld dat de verdenking en bezwaren die tot de voorlopige hechtenis hebben geleid nog steeds bestaan. Gezien de ernst van de verdenking en het strafblad van de verdachte is de situatie van artikel 67a lid 3 Sv niet aan de orde.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis af en handhaaft de hechtenis van de verdachte.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte is afgewezen.