ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4732

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
26 november 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-604026-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens ontucht met minderjarige

De rechtbank Utrecht heeft verdachte veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met een meisje van 12/13 jaar, waarbij sprake was van seksueel binnendringen. Het feit vond plaats tussen augustus 1996 en september 1997. Verdachte was toen 34/35 jaar oud en had een vertrouwensrelatie met het slachtoffer en haar familie.

Hoewel de wet doorgaans een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voorschrijft voor dergelijke feiten, acht de rechtbank in deze zaak een uitzonderingssituatie aanwezig. Dit vanwege het lange tijdsverloop tussen het delict en de aangifte (ruim 13 jaar), het ontbreken van een strafblad en het voortduren van contacten tussen verdachte en de familie.

De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer, en het voorlichtingsrapport van de reclassering. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en een werkstraf van 240 uur. Indien de werkstraf niet wordt verricht, geldt een vervangende hechtenis van 120 dagen.

Het vonnis benadrukt de ernstige schending van de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en de langdurige psychische gevolgen die het slachtoffer nog steeds ondervindt. Verdachte heeft zijn spijt betuigd en blijft in contact met de familie, wat mede heeft meegewogen in de strafoplegging.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar en een werkstraf van 240 uur wegens ontucht met een minderjarige.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Sector strafrecht
parketnummer: 16/604026-09 [P]
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 november 2009
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [1962] te [geboorteplaats],
wonende te [woonadres], [woonplaats],
1. Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 november 2009, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2. De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
seks heeft gehad met een meisje onder de zestien, dan wel ontucht met dit meisje heeft gepleegd.
3. De beoordeling van het bewijs
3.1. Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan.
3.2. Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:
- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 12 november 2009;
- de aangifte van [slachtoffer] d.d. 22 augustus 2008.
3.3. De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
primair
omstreeks de periode van 24 augustus 1996 tot 1 september 1997 te Veenendaal, met [slachtoffer], geboren op [1984], die de leeftijd van twaalf, maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd die mede hebben bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft
hij zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/geduwd.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4. De strafbaarheid
4.1. De strafbaarheid van het feit
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.
Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op:
primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
4.2. De strafbaarheid van verdachte
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
5. De strafoplegging
5.1. De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen:
- een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- een werkstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis.
5.2. Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de op te leggen straffen heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.
Verdachte heeft eenmalig met [slachtoffer] seks gehad. Hij is hierbij met zijn penis in haar vagina geweest. [slachtoffer] was destijds 12 of 13 jaar oud, verdachte was 34 of 35 jaar oud. Verdachte was een vriend van [slachtoffer] ouders. [slachtoffer] kwam met regelmaat bij verdachte thuis en logeerde ook bij hem, met name wanneer ze thuis problemen had.
Verdachte heeft door zo te handelen op ernstige wijze de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waarop ieder kind recht heeft, doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Daarnaast heeft hij het vertrouwen dat [slachtoffer] in hem als volwassene mocht stellen, ernstig geschaad.
In deze zaak is gebleken dat [slachtoffer] ruim tien jaar later nog bijna dagelijks de gevolgen van verdachtes gedrag ondervindt. Zij heeft in haar schriftelijke slachtofferverklaring aangegeven dat zij nog steeds nachtmerries heeft van hetgeen haar omstreeks 1996/1997 is aangedaan. Zij is na het gebeuren drugs gaan gebruiken en heeft mede daardoor geen normale jeugd gehad. Zij is hiervoor nu onder behandeling bij het RIAGG.
[slachtoffer] wordt nog steeds geconfronteerd met hetgeen gebeurd is, doordat verdachte bevriend is gebleven met haar ouders. Als zij op bezoek gaat bij haar ouders dan verlaat verdachte -die daar regelmatig verblijft- de woning. Zij wil hetgeen haar is aangedaan afsluiten en doorgaan met haar leven.
Bij de bestraffing van het hebben van seks van een volwassene met iemand van 12/13 jaar hanteert de rechtbank in beginsel als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur. Slechts in uitzonderingssituaties kan hiervan worden afgeweken, zodat alleen dan volstaan kan worden met een voorwaardelijke gevangenisstraf, aangevuld met een werkstraf. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hieronder genoemde feiten en omstandigheden van zo’n uitzonderingssituatie sprake is.
De rechtbank heeft rekening gehouden met het tijdsverloop in deze zaak. Het bewezen verklaarde strafbare feit heeft zich meer dan tien jaar geleden voorgedaan. [slachtoffer] heeft op 28 augustus 2008 aangifte gedaan van het strafbare feit. Zij heeft het feit al eerder bij de politie gemeld, maar zij heeft toen afgezien van het doen van aangifte. Voorts heeft verdachte zich op 13 januari 2009 gemeld op het politiebureau, waarna hij door de politie is aangehouden en verhoord. De politie heeft geen aanleiding gezien om verdachte in verzekering te stellen en heeft de verdachte -na overleg met de officier van justitie en nadat de verdachte een (bekennende) verklaring had afgelegd- heengezonden
Verdachte heeft bovendien een blanco strafblad. In de periode sedert het strafbare feit is verdachte niet meer met justitie in aanraking geweest. De kans op herhaling wordt derhalve niet groot geacht. Verdachte heeft voorts nog steeds contact met de ouders van [slachtoffer]; waarbij hij -zoals hij in zijn laatste woord heeft verklaard- ook zorgtaken op zich heeft genomen. Op verzoek van [slachtoffer] vader heeft verdachte aan [slachtoffer] een brief geschreven waarin hij zijn spijt betuigde. Ter zitting heeft verdachte dit nogmaals gedaan.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging tevens rekening gehouden met de inhoud van het voorlichtingsrapport van de reclassering .
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf thans niet meer passend is.
De rechtbank is echter ook van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf onvoldoende recht doet aan de ernst van het strafbare feit. Mede gelet op de straffen die voor soortgelijke delicten worden opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van één jaar passend en geboden is. De rechtbank zal deze gevangenisstraf echter geheel voorwaardelijk opleggen.
Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat verdachte een werkstraf dient te verrichten. De rechtbank zal hierbij de maximale werkstraf, te weten een werkstraf voor de duur van 240 uren, opleggen om de ernst van het strafbare feit te benadrukken.
6. De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 245 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
7. De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 3.3 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
primair: met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 240 uren;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors , voorzitter, mr. J.W. Veenendaal en mr. M.P. Gerrits-Janssens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.B. Spaargaren, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 26 november 2009.