ECLI:NL:RBUTR:2009:BK4388
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beschikking over beroep op verschoningsrecht notaris in voorlopig getuigenverhoor
In deze beschikking van de Rechtbank Utrecht heeft de rechter-commissaris geoordeeld over het beroep van een notaris op zijn verschoningsrecht tijdens een voorlopig getuigenverhoor. Verzoekster had vragen gesteld over contact tussen verweerder en de notaris omtrent de regeling van een erfenis. De notaris beriep zich op zijn zwijgplicht en weigerde deze vragen te beantwoorden.
De rechter-commissaris bevestigde dat volgens vaste jurisprudentie alles wat aan een notaris is meegedeeld als aan hem toevertrouwd geldt, en dat het aan de notaris zelf is om te bepalen wat vertrouwelijk is. De vragen over de hulpvraag van verweerder en contact met adviseurs betreffen vertrouwelijke informatie, waarvoor het verschoningsrecht geldt. Daarom hoefde de notaris deze vragen niet te beantwoorden.
Echter, de vraag of de notaris vaste notaris van verweerder is, betreft een feitelijke vaststelling die niet onder het verschoningsrecht valt. Omdat verweerder geen ontheffing gaf, moest de notaris deze vraag wel beantwoorden. De beschikking stond het beroep op verschoningsrecht toe voor de vertrouwelijke vragen, maar verwierp het beroep voor de vraag over de vaste notarisrelatie.
Uitkomst: De notaris mag zich verschonen van vragen over vertrouwelijke erfenisregeling, maar moet beantwoorden of hij vaste notaris van verweerder is.