ECLI:NL:RBUTR:2009:BK3300
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding advocaat- en proceskosten na levering strook grond en verrekening ongerechtvaardigde verrijking
In deze civiele procedure vordert eiser vergoeding van advocaat- en proceskosten die hij heeft gemaakt om in de positie te komen waarin hij in 1995 door gedaagde gebracht had moeten worden, na een eerdere veroordeling tot levering van een strook grond. Gedaagde betwist dat alle kosten vergoed moeten worden en stelt dat sommige kosten reeds in de proceskostenveroordeling zijn begrepen of geen betrekking hebben op de onderhavige zaak.
De rechtbank oordeelt dat alleen de kosten die betrekking hebben op de procedure over de strook grond voor vergoeding in aanmerking komen. Diverse facturen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat zij betrekking hebben op andere procedures. De rechtbank wijst een bedrag van €5.051,49 toe minus reeds betaalde proceskosten, resulterend in €4.585,99.
Daarnaast stelt gedaagde dat eiser ongerechtvaardigd is verrijkt door het verkrijgen van een nieuwe beschoeiing, waarvoor zij een bedrag van €7.125,- vordert. De rechtbank erkent de verrijking, maar begroot deze op €4.000,- vanwege het feit dat eiser pas later eigenaar werd en geen voordeel had gedurende twee jaar.
De rechtbank wijst het beroep op verrekening toe en compenseert de kosten van de procedure, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €4.585,99 aan eiser voor advocaat- en proceskosten met verrekening wegens ongerechtvaardigde verrijking.