ECLI:NL:RBUTR:2009:BK2137
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verwijdering balkon en vensters met toewijzing blindering vensters
Eiseressen vorderden de verwijdering van een balkon en vensters in de gevel van een koetshuis dat binnen twee meter van hun erfgrens staat. De rechtbank oordeelde dat het balkon mocht blijven staan vanwege een erfdienstbaarheid van overbouw die bij verkoop in 1978 was gevestigd.
De vordering tot verwijdering van de vensters werd afgewezen, maar de rechtbank bepaalde dat de vensters tot een hoogte van twee meter ondoorzichtig moeten worden gemaakt, conform de notariële akte. Het beroep op verjaring door gedaagde werd verworpen omdat het koetshuis door brand in 1976 was verwoest en de vensters pas na restauratie als bedoeld in artikel 5:50 BW Pro konden gelden.
De rechtbank oordeelde verder dat het feit dat het dienend erf braak lag geen reden was om het belang van eiseressen bij privacybescherming te ontkennen. Ook was er geen sprake van misbruik van bevoegdheid. De proceskosten werden aan eiseressen opgelegd. Het vonnis werd gewezen door M.S. Koppert-van Beek op 4 november 2009.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering balkon afgewezen, vensters moeten tot twee meter ondoorzichtig worden gemaakt.