ECLI:NL:RBUTR:2009:BK0224
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusbetaling bij wijziging severance policy ABN AMRO
De werknemer [X] was senior manager bij ABN AMRO en maakte deel uit van het senior management. Na de overname van ABN AMRO door een consortium in 2007 werd toegezegd dat het bestaande ontslagbeleid twee jaar zou worden gehandhaafd. In 2009 wijzigde ABN AMRO echter haar severance policy onder druk van de kredietcrisis en publieke opinie, met lagere ontslagvergoedingen en een nieuwe bonusuitbetaling in de vorm van gespreide bonds.
[X] werd boventallig verklaard en wilde aanspraak maken op de oude ontslagvergoeding en contante bonusbetaling over 2008 en 2009. ABN AMRO stelde dat zij bevoegd was de voorwaarden eenzijdig te wijzigen op grond van de C&B Regulations en wettelijke bepalingen, en dat de gewijzigde omstandigheden daartoe noodzaakten.
De kantonrechters oordeelden dat de toezegging van het consortium en ABN AMRO aan [X] een gerechtvaardigd vertrouwen schept dat het oude beleid zou gelden. De wijzigingsbevoegdheid op grond van artikel 7:613 BW Pro kon niet slagen omdat het ging om een ontslagvergoeding die geen arbeidsvoorwaarde is. Ook de beroep op goed werknemerschap en onvoorziene omstandigheden faalde. ABN AMRO moest de oude ontslagvergoeding betalen, onder aftrek van reeds voldane bedragen, met wettelijke rente.
Verder werd geoordeeld dat de bonus over 2008 contant moest worden betaald omdat de bank de regels voor bonusuitbetaling vooraf kenbaar moest maken en onvoldoende had gemotiveerd waarom de bonus in de vorm van bonds werd uitgekeerd. Over 2009 had [X] geen aanspraak op een bonus. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet de oude ontslagvergoeding en contante bonus over 2008 aan [X] betalen, met wettelijke rente, en [X] heeft geen recht op bonus over 2009.