ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9950
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslagvergoeding en bonusgeschil tussen ABN AMRO en voormalig topmanager na beleidswijziging
De voormalige topmanager [X] was sinds 1988 in dienst van ABN AMRO en maakte deel uit van de Top Executive Group. Na de overname van ABN AMRO door een consortium in 2007 werden toezeggingen gedaan over ontslagvergoedingen en bonussen, vastgelegd in een retentiebrief van februari 2008. In 2009 wijzigde ABN AMRO haar beleid onder druk van de kredietcrisis en overheidsbemoeienis, waardoor de ontslagvergoeding en bonusregeling werden aangepast.
[X] en ABN AMRO kwamen in conflict over de hoogte van de ontslagvergoeding en bonus over 2009. [X] stelde aanspraak te maken op de hogere vergoeding conform het oude beleid en de retentiebrief, terwijl ABN AMRO volhield dat de nieuwe, lagere regeling van toepassing was. De kantonrechters oordeelden dat de retentiebrief een bindende toezegging vormde die niet eenzijdig gewijzigd kon worden, ook niet onder de gewijzigde omstandigheden van de kredietcrisis.
De kantonrechters verwierpen het beroep van ABN AMRO op wijzigingsbevoegdheid en goed werknemerschap en stelden vast dat de ontslagvergoeding van € 1.468.546 bruto aan [X] toekomt, met wettelijke rente vanaf 31 juli 2009. Betaling van een hogere bonus over 2009 werd afgewezen, omdat de retentiebrief uitging van voortzetting van arbeid gedurende de integratieperiode. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: ABN AMRO moet de hogere ontslagvergoeding conform de retentiebrief betalen, maar [X] krijgt geen hogere bonus over 2009 dan reeds voldaan.