ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ9570
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen inzake verdeling en verkoop gezamenlijke villa tussen broers
Eiser en gedaagde, halfbroers, waren gezamenlijk eigenaar van een villa die zij in 2006 van hun oma hadden gekocht. Na conflicten over het gebruik en onderhoud van de villa verleende de voorzieningenrechter gedaagde in 2008 toestemming om de villa te gelde te maken. Gedaagde verkocht de villa vervolgens aan een derde, waarna eiser diverse vorderingen instelde om de verkoop ongedaan te maken en schadevergoeding te eisen.
De rechtbank oordeelde dat de verkoop door gedaagde rechtmatig was, omdat zij op het moment van overdracht beschikkingsbevoegd was en de gevolgen van de verkoop feitelijk niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. Eiser had de mogelijkheid om in hoger beroep schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen, maar had dit nagelaten. Ook werd geoordeeld dat gedaagde niet onrechtmatig had gehandeld door eiser niet te benaderen voor een bod, mede gezien de verstoorde relatie tussen partijen.
De rechtbank wees alle vorderingen van eiser af, waaronder de primaire vordering tot verdeling en toedeling van de villa, de subsidiaire vorderingen tot schadevergoeding en de meer subsidiaire vorderingen. Ook de vorderingen van gedaagde tot schadevergoeding wegens vermeend onrechtmatig handelen van eiser werden afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Alle vorderingen van eiser en gedaagde worden afgewezen; iedere partij draagt haar eigen proceskosten.