ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ8599
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onrechtmatig afgebroken onderhandelingen over bedrijfsovername
In deze zaak vorderen eiseressen, twee besloten vennootschappen, schadevergoeding van gedaagde wegens onrechtmatig afgebroken onderhandelingen over de overname van een bouwbedrijf. De onderhandelingen begonnen in 1998 en leidden tot een overeenkomst met bijbehorende notities van een accountant, waarin de goodwillvergoeding werd vastgesteld. Gedaagde brak de onderhandelingen in 1999 eenzijdig af, waarna eiseressen een procedure startten.
De rechtbank stelt vast dat bij voortzetting van de onderhandelingen een overeenkomst tot stand zou zijn gekomen conform de notities van de accountant. De goodwillvergoeding wordt berekend op basis van genormaliseerde winstcijfers en vaste bedragen uit de notities, waarbij de stelling van gedaagde dat de bedragen fictief zouden zijn, wordt verworpen. Ook het verweer dat de flexibele overnamedatum een lagere vergoeding rechtvaardigt, wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelt gedaagde tot betaling van €248.490,47 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 september 1999 en in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is gewezen door mr. R.J. Praamstra en op 23 september 2009 uitgesproken.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €248.490,47 goodwillvergoeding met wettelijke rente vanaf 7 september 1999.