ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7070
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens onvoldoende opdrachten tijdens opzegtermijn raamovereenkomst vervoersdiensten
De rechtbank Utrecht behandelde een geschil tussen [eiseres] B.V. en DHL Express (Netherlands) B.V. over de beëindiging van een raamovereenkomst voor vervoersdiensten. De overeenkomst was voor onbepaalde tijd en kon met een opzegtermijn van drie maanden worden beëindigd. DHL had de overeenkomst mondeling opgezegd op 5 december 2007, waardoor deze op 5 maart 2008 eindigde.
Eiseres stelde dat zij gedurende de opzegtermijn onvoldoende opdrachten van DHL had ontvangen, waardoor zij schade leed. Zij voerde aan dat zij praktisch exclusief voor DHL werkte en investeringen had gedaan in het kader van de relatie. DHL stelde dat zij niet verplicht was een regelmatige aanvoer van opdrachten te garanderen en dat er een vertrouwensbreuk was ontstaan.
De rechtbank overwoog dat de opzegtermijn partijen de gelegenheid moet geven om vervangend werk te vinden en dat de eisen van redelijkheid en billijkheid DHL verplichten gedurende de opzegtermijn een redelijke hoeveelheid opdrachten te verstrekken. Ondanks het contractueel ontbreken van een opdrachtengarantie, mocht DHL eiseres niet 'droogleggen'.
De rechtbank bepaalde dat eiseres haar schade nader moet onderbouwen met boekhoudkundige stukken en stelde een vervolgdatum voor het indienen daarvan vast. De zaak werd aangehouden voor verdere beslissing na onderbouwing van de schade.
Uitkomst: De rechtbank houdt de zaak aan voor nadere onderbouwing van de schadevergoeding door eiseres.