ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ7029
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot onderhoudswerkzaamheden aan bovenwoning wegens nalatigheid eigenaar
In deze zaak gaat het om een geschil tussen twee eigenaren van een portiekwoning die gesplitst is in twee appartementsrechten. De verzoeker is eigenaar van de benedenwoning en de verweerder van de bovenwoning. De VvE kreeg een last onder dwangsom opgelegd vanwege ernstige gebreken aan het pand die de veiligheid en gezondheid bedreigen.
De verzoeker verzocht de kantonrechter om machtiging ex art. 5:121 lid 1 BW Pro om de noodzakelijke herstelwerkzaamheden uit te voeren en de kosten daarvan bij de verweerder te verhalen, omdat deze weigert mee te werken. De verweerder stelde dat hij de werkzaamheden tijdig zal uitvoeren en verzocht om uitstel.
De kantonrechter oordeelde dat de VvE slapend is en dat de weigering van de verweerder om mee te werken zonder redelijke grond is. De stelling dat de werkzaamheden zullen worden uitgevoerd werd niet geloofd vanwege het langdurige uitblijven van actie en het ontbreken van bewijs. Daarom werd de verzoeker gemachtigd tot uitvoering van de werkzaamheden en werd de verweerder veroordeeld in de kosten.
De uitspraak onderstreept het belang van tijdige en adequate instandhouding van gemeenschappelijke gedeelten in appartementsrechten en biedt een oplossing bij patstelling binnen een slapende VvE.
Uitkomst: De kantonrechter machtigt de verzoeker tot uitvoering van onderhoudswerkzaamheden en veroordeelt de verweerder tot vergoeding van de kosten.