ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ4876
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid Borgmeer voor verplichtingen Payment Technologies na faillissement binnen een jaar
De zaak betreft een geschil tussen eiseres en Borgmeer B.V. over de nakoming van verplichtingen voortvloeiend uit de overname van een deel van het SummaEst concern door Payment Technologies, een vennootschap opgericht en bestuurd door Borgmeer. Eiseres vordert betaling van achterstallig salaris, vakantietoeslag, niet-genoten vakantieuren, pensioenpremies, incassokosten en een ontbindingsvergoeding.
Payment Technologies ging binnen een jaar na oprichting failliet, waardoor op grond van artikel 2:203 lid 3 BW Pro een wettelijk vermoeden van wetenschap ontstaat dat de vennootschap haar verplichtingen niet kon nakomen. Borgmeer wordt als bestuurder hoofdelijk aansprakelijk gehouden, tenzij zij tegenbewijs levert. De rechtbank laat Borgmeer toe dit bewijs te leveren en bepaalt getuigenverhoren.
De rechtbank oordeelt dat de overname van arbeidsovereenkomsten een rechtshandeling is die borgt dat Borgmeer aansprakelijk kan zijn voor de verplichtingen van Payment Technologies. De bewijslevering over het vermoeden van wetenschap wordt aangehouden, evenals de verdere beoordeling van de vorderingen. De ontbindingsvergoeding valt niet onder artikel 2:203 lid 3 BW Pro omdat deze uit een rechterlijke uitspraak voortvloeit.
De rechtbank wijst op het belang van een ordentelijke bewijsvoering en stelt een datum voor getuigenverhoren vast. De procedure wordt aangehouden voor verdere beslissing na bewijslevering.
Uitkomst: De rechtbank staat Borgmeer toe bewijs te leveren tegen het vermoeden van wetenschap en houdt verdere beslissing aan.