ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ4258
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag van instantie tegen failliete vennootschap na cessie vordering
In deze zaak stond het verzoek van BDO centraal om ontslag van instantie te verkrijgen ten aanzien van Shipcon Holding, die failliet is verklaard. De curator van Shipcon Holding wenste de procedure niet voort te zetten, waardoor BDO om ontslag van instantie vroeg op grond van artikel 27 lid 2 Faillissementswet Pro.
Shipcon Holding stelde dat zij de procedure buiten bezwaar van de boedel wilde voortzetten om de vordering over te dragen aan Verkade Beheer B.V. BDO betwistte dit belang omdat de cessieakte reeds was getekend, waardoor het belang van Shipcon Holding bij voortzetting was komen te vervallen.
De rechtbank oordeelde dat de vordering op 30 maart 2009 was overgedragen aan Verkade Beheer B.V. en dat Shipcon Holding formeel nog partij was omdat partijvervanging nog niet had plaatsgevonden. Gezien het vervallen belang van Shipcon Holding en het risico voor BDO om tegen een failliete wederpartij te procederen, werd ontslag van instantie verleend.
Shipcon Holding werd veroordeeld in de proceskosten, begroot op EUR 452,00, en de procedure tussen Shipcon Shipping en BDO werd voortgezet. De rechtbank bepaalde een comparitie ter verkenning van de zaak en mogelijke minnelijke regeling, met nadere instructies voor partijen.
Uitkomst: Ontslag van instantie tegen Shipcon Holding verleend en proceskosten aan BDO toegewezen.