ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ2826
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontheffing gezag en omgangsregeling na uithuisplaatsing van drie kinderen
De rechtbank Utrecht behandelde een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ontheffing van het gezag over drie kinderen die sinds 2006 onder toezicht zijn gesteld en uit huis geplaatst. De moeder en vader zijn ontheven van het gezag over de oudste twee kinderen en de moeder ook over het jongste kind. De Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht wordt benoemd tot voogd.
De kinderen zijn emotioneel beschadigd en hebben hechtingsproblematiek, waardoor terugplaatsing bij de moeder niet mogelijk wordt geacht. De moeder heeft haar situatie verbeterd, maar dit weegt niet op tegen het belang van de kinderen die duidelijkheid en stabiliteit nodig hebben. De rechtbank wijst het verzoek van de moeder tot het vaststellen van een omgangsregeling af omdat het verzoek niet op de juiste wijze is ingediend en het belang van het kind op contact losstaat van het gezag.
De rechtbank benadrukt dat het recht op omgang ook na ontheffing blijft bestaan, tenzij het contact schadelijk is voor het kind. De uitspraak geeft duidelijkheid over de toekomst van de kinderen en waarborgt hun emotionele veiligheid en ontwikkeling.
Uitkomst: De ouders worden ontheven van het gezag over de kinderen en de Stichting Bureau Jeugdzorg Utrecht wordt benoemd tot voogd; het verzoek van de moeder tot omgangsregeling wordt afgewezen.