ECLI:NL:RBUTR:2009:BJ1483
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.C. van Vuren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning zomerterras wegens ondeugdelijke wettelijke grondslag
Eisers vroegen op 28 februari 2008 een vergunning aan voor een zomerterras bij een horecabedrijf in Amersfoort. De gemeente weigerde deze vergunning op 26 september 2008 en handhaafde deze weigering bij besluit van 10 februari 2009. Eisers stelden beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente ten onrechte artikel 2.3.1.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), dat ziet op exploitatievergunningen, als grondslag gebruikte voor de weigering van de terrasvergunning. Daarnaast was het college van burgemeester en wethouders onjuist als bevoegd bestuursorgaan aangewezen, omdat volgens artikel 174 van Pro de Gemeentewet de burgemeester bevoegd is voor toezicht en uitvoering van verordeningen betreffende horecabedrijven.
De rechtbank stelde vast dat artikel 2.1.5.1a van de APV, dat het college bevoegd stelt, in strijd is met de Gemeentewet en daarom buiten toepassing moet worden gelaten. Hierdoor was het bestreden besluit ondeugdelijk. De rechtbank vernietigde het besluit en herroept het primaire besluit van 26 september 2008, waardoor de procedure terugkeert naar de aanvraagfase. De gemeente moet een nieuw besluit nemen, nadat de APV is aangepast om de burgemeester als bevoegd orgaan aan te wijzen.
Verder veroordeelde de rechtbank de gemeente tot vergoeding van de proceskosten van eisers. De inhoudelijke beoordeling van de aanvraag liet de rechtbank aan de gemeente over nadat de wettelijke grondslag is hersteld.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de terrasvergunning wordt vernietigd en de gemeente wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.