ECLI:NL:RBUTR:2009:BI9836
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Ch.E. Bethlem
- Rechtspraak.nl
Geen sprake van oneigenlijke dwaling bij koopovereenkomst aandelen; boete wegens te late betaling restbedrag
Op 15 februari 2007 sloten Catilia en Escura een koopovereenkomst voor de verkoop van aandelen in Catilia Farma B.V. De koopprijs werd vastgesteld op basis van een intrinsieke waarde plus goodwill, met een overnamebalans die uiterlijk 1 mei 2007 moest worden opgesteld. Escura betaalde een voorschot, maar stelde de definitieve betaling uit vanwege discussie over de overnamebalans.
Catilia stelde Escura in gebreke en vorderde betaling van het restantbedrag vermeerderd met rente en een contractuele boete wegens verzuim. Escura betwistte dat zij gehouden was het restantbedrag op basis van de overnamebalans te voldoen en voerde aan dat de termijnen in de overeenkomst niet fataal waren.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van oneigenlijke dwaling, omdat Catilia de overeenkomst met kennis van zaken en deskundigenadvies had gesloten. De termijnen voor betaling waren fataal, waardoor Escura in verzuim was en de boete verschuldigd was. Het beroep op matiging van de boete werd afgewezen wegens onvoldoende grond.
Verder werd vastgesteld dat correcties op de overnamebalans mogelijk waren en dat Catilia haar subsidiaire vordering nader moest specificeren. De rechtbank gaf partijen de gelegenheid tot nadere aktewisseling en hield verdere beslissingen aan.
Uitkomst: Escura is gehouden tot betaling van de boete wegens te late betaling van het restantbedrag en het beroep op oneigenlijke dwaling wordt verworpen.