ECLI:NL:RBUTR:2009:BI4713
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over hoogte en toekenning bonus bij bierafname en bewijsopdracht
Grolsch en Horex sloten op 26 maart 2004 een geldleningsovereenkomst waarbij ook afspraken werden gemaakt over bonussen bij bierafname. Grolsch vordert betaling van een bedrag van ruim €60.000, vermeerderd met rente, omdat zij de lening heeft opgezegd wegens niet-nakoming door Horex. Horex betwist een deel van de vordering en stelt dat zij recht heeft op een bonus van €50 per hectoliter, ongeacht het afgenomen aantal hectoliters.
De rechtbank stelt vast dat een deel van de vordering van Grolsch niet wordt betwist en toewijsbaar is. Over het resterende bedrag bestaat discussie over de bonusafspraken. Horex mag bewijzen dat zij recht heeft op de bonus zonder minimumafname. Indien zij daarin faalt, faalt ook haar subsidiaire beroep op redelijkheid en billijkheid en branchegebruik om toch een bonus toe te kennen als het minimum net niet wordt gehaald.
De rechtbank wijst de vordering van Grolsch tot het niet betwiste deel toe en wijst de wettelijke handelsrente toe. De bewijslevering over de bonusafspraak wordt aangehouden, met een getuigenverhoor gepland. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
Uitkomst: Horex wordt veroordeeld tot betaling van €32.879,81 met rente, bewijs over bonusafspraak wordt aangehouden.