ECLI:NL:RBUTR:2009:BI4338
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van stichting in handhavingsverzoek tegen Jaarbeursactiviteiten
Stichting Stedenbouwkundig Herstel Stationsgebied Utrecht (SSHSU) verzocht het college van burgemeester en wethouders van Utrecht om handhavend op te treden tegen bedrijfsactiviteiten van de Jaarbeurs die volgens SSHSU in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het college wees dit verzoek af, waarna SSHSU bezwaar maakte en beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit op dat bezwaar.
De rechtbank oordeelde dat SSHSU, gelet op haar statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden, niet als belanghebbende kon worden aangemerkt bij het verzoek om handhavend op te treden. SSHSU richt zich primair op het stedenbouwkundig herstel en de ontwikkeling van het stationsgebied en omgeving, niet op het behoud van detailhandel en leisure in de binnenstad in bredere zin. Het verband tussen het handhavingsverzoek en de belangen die SSHSU in het bijzonder behartigt, was onvoldoende direct.
Daarom was het verzoek van SSHSU geen aanvraag in de zin van de Awb en was het college niet verplicht daarop te beslissen. Het college had het bezwaar van SSHSU tegen de afwijzing van het handhavingsverzoek niet-ontvankelijk moeten verklaren. De rechtbank vernietigde het besluit van 16 mei 2007 en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Het beroep tegen het uitblijven van een besluit op bezwaar werd eveneens niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank veroordeelde de gemeente Utrecht tot vergoeding van de proceskosten aan SSHSU.
Uitkomst: Het beroep van SSHSU wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is bij het handhavingsverzoek.