ECLI:NL:RBUTR:2009:BI4105
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen wegens afgebroken onderhandelingen en geen ongerechtvaardigde verrijking
Thinking Steel en [bedrijf A] vorderden vergoeding van schade en gemaakte kosten van BMA wegens het afbreken van onderhandelingen over een bouwproject in Algerije. Zij stelden dat BMA onrechtmatig had gehandeld door de onderhandelingen te beëindigen en door het gebruik van door hen opgestelde documenten door een concurrent.
De rechtbank oordeelde dat na 13 januari 2006 geen onderhandelingen meer waren tussen Thinking Steel en BMA over onderaanneming, aangezien de opdracht rechtstreeks tussen de aannemers en de opdrachtgever werd gesloten. Ook was er geen bewijs dat BMA met vooropgezette bedoeling de onderhandelingen had afgebroken of de projectverantwoordelijkheid wilde dragen.
Verder werd geoordeeld dat het gebruik van de stukken door Elbe niet onrechtmatig was, omdat geen geheimhoudingsplicht of afspraken over het gebruik waren gemaakt. De afspraak dat BMA met Thinking Steel zou contracteren bij opdrachtverlening was niet meer van toepassing. Daarom werden de vorderingen afgewezen en werden Thinking Steel en [bedrijf A] veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van Thinking Steel en [bedrijf A] tegen BMA worden afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatig handelen en ongerechtvaardigde verrijking.