ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1956
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging van overeenkomsten wegens geestelijke stoornis en beoordeling goede trouw derde
In deze zaak vordert eiser, vertegenwoordigd door bewindvoerders, dat gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan afgifte en notariële levering van onroerende zaken die door een derde (X) aan gedaagde zijn overgedragen. De onderliggende overeenkomsten tussen eiser en X zijn vernietigbaar verklaard wegens een geestelijke stoornis bij eiser, waardoor X niet bevoegd was om de onroerende zaken over te dragen.
Gedaagde stelt zich op het standpunt dat zij te goeder trouw was bij de verkrijging van de onroerende zaken op grond van artikel 3:88 BW Pro. De rechtbank beoordeelt of gedaagde op het moment van levering wist of behoorde te weten dat X niet bevoegd was. Gelet op de nauwe familieband en de kennis die gedaagde had van de geestelijke toestand van eiser, oordeelt de rechtbank dat gedaagde niet te goeder trouw was.
De rechtbank wijst de vordering toe onder de voorwaarde dat in de gevoegde procedure de vernietiging van de overeenkomsten wordt uitgesproken. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot medewerking aan afgifte en notariële levering van onroerende zaken na vernietiging van de overeenkomsten wegens geestelijke stoornis.