ECLI:NL:RBUTR:2009:BI0531
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij kopstaartbotsing en bewijs van onzorgvuldig verkeersgedrag
Op 26 september 2005 vond een kopstaartbotsing plaats op de Utrechtseweg te De Bilt tussen eiser, bestuurder van een Fiat Punto, en gedaagde, bestuurder van een Mitsubishi Colt. Eiser verklaarde dat hij rustig voor een rood stoplicht tot stilstand kwam, waarna hij van achteren werd aangereden. Gedaagde en haar dochter stelden dat eiser plotseling en zonder noodzaak remde terwijl het stoplicht groen was, waardoor een botsing onvermijdelijk was.
Eiser vordert hoofdelijk aansprakelijkheid van gedaagde en haar verzekeraar voor materiële en immateriële schade. Gedaagde en haar verzekeraar voeren tegenverweer dat eiser onrechtmatig handelde door onverwacht te remmen, waardoor gedaagde niet meer kon ontwijken. De rechtbank overweegt dat bij kopstaartbotsingen niet zonder meer mag worden aangenomen dat de achterligger onvoldoende afstand hield; eiser moet bewijzen dat gedaagde onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte.
De rechtbank draagt eiser op bewijs te leveren dat gedaagde onvoldoende afstand hield en wijst tevens Interpolis aan om te bewijzen dat eiser plotseling en zonder noodzaak remde. Tot bewijslevering wordt het verdere oordeel aangehouden. Het vonnis regelt ook de procedure voor het horen van getuigen en overlegging van bewijsstukken.
Uitkomst: De rechtbank draagt partijen op bewijs te leveren en houdt verdere beslissing aan.