ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9974
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.M. Vanwersch
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek werknemer wegens prematuriteit en onvoldoende herplaatsingsonderzoek
Kembo B.V. verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer per 1 april 2009 vanwege herstructurering en financiële problemen binnen de onderneming. Het verzoek maakte deel uit van een collectief ontslag waarbij 26 ontbindingsverzoeken werden ingediend. De kantonrechter oordeelde dat Kembo onvoldoende overleg had gevoerd met alle belanghebbende vakbonden, wat een vereiste is bij collectief ontslag.
Daarnaast stelde de kantonrechter vast dat de werknemer sinds mei 2008 was gedetacheerd bij een derde partij en dat Kembo niet had onderzocht of de werknemer definitief bij deze partij geplaatst kon worden. Gezien de leeftijd en het lange dienstverband van de werknemer rustte er een bijzondere inspanningsverplichting op Kembo om herplaatsing te onderzoeken. Omdat dit niet was gebeurd, werd het ontbindingsverzoek als prematuur afgewezen.
De kantonrechter benadrukte dat hoewel er sprake was van een financiële noodsituatie en de kredietfaciliteiten waren opgezegd, dit geen vrijbrief was om de wettelijke verplichtingen inzake overleg en herplaatsing te negeren. De procedure werd behandeld door twee kantonrechters en vond plaats te Amersfoort. Kembo werd veroordeeld in de proceskosten. Het verzoek tot ontbinding werd afgewezen, waardoor de arbeidsovereenkomst bleef bestaan.
Uitkomst: Het ontbindingsverzoek van Kembo wordt afgewezen wegens prematuriteit en onvoldoende herplaatsingsonderzoek.