ECLI:NL:RBUTR:2009:BH9818
Rechtbank Utrecht
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en voorlopige voorziening tegen tijdelijk huisverbod wegens huiselijk geweld
De zaak betreft een beroep en een verzoek om voorlopige voorziening tegen een tijdelijk huisverbod dat door de burgemeester van Utrecht is opgelegd aan verzoeker wegens vermoedens van huiselijk geweld.
Uit de feiten blijkt dat verzoeker een duurzaam verstoorde relatie heeft met zijn echtgenote, waarbij sprake is van verbaal geweld en incidenteel geweld tegen goederen in aanwezigheid van hun minderjarige dochter. Recentelijk is een incident gemeld waarbij verzoeker zijn echtgenote fysiek mishandelde, hetgeen niet door verzoeker is betwist. Dit leidde tot het opleggen van het huisverbod.
De voorzieningenrechter overweegt dat het huisverbod een beschermende maatregel is die een afkoelingsperiode creëert om verdere escalatie te voorkomen. De stelling van verzoeker dat zijn echtgenote instemt met zijn terugkeer in de woning en dat het huisverbod geen straf is, wordt erkend maar leidt niet tot vernietiging van het besluit.
Gelet op de ernst van de problematiek, de veiligheid van de medebewoners en het risico op recidive, acht de rechtbank het huisverbod gerechtvaardigd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.