ECLI:NL:RBUTR:2009:BH5603
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord in schuldsaneringsprocedure
Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden waarbij zij gedurende 36 maanden een minimale afloscapaciteit van 5% van de bijstandsnorm reserveert, met de verwachting dat dit bedrag zal stijgen bij toekomstige inkomsten uit arbeid. Deze regeling werd door alle schuldeisers behalve RWE Obragas en Juris-dictie aanvaard.
De rechtbank beoordeelde het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet. Hierbij moet worden gewogen of schuldeisers in redelijkheid tot weigering konden komen, rekening houdend met het onevenredige belang van de schuldeisers versus de belangen van verzoekster en overige schuldeisers.
De rechtbank constateerde dat het akkoord geen onmiddellijke betaling biedt, maar een spaarregeling zonder garantie op nakoming. Gezien het geringe inkomen van verzoekster en het ontbreken van inkomensbeheer achtte de rechtbank het risico op nieuwe schulden reëel. Tevens werd verwacht dat verzoekster in de toekomst meer inkomen zal genereren, waardoor een hogere aflossing mogelijk is.
De rechtbank stelde vast dat het akkoord buiten de wettelijke schuldsaneringsregeling valt en niet de wettelijke waarborgen bevat, zoals de sollicitatieplicht. Daarom oordeelde de rechtbank dat de schuldeisers in redelijkheid tot weigering konden komen en wees het verzoek af. Verzoekster kan haar verzoek tot toelating tot de schuldsanering handhaven.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling dwangakkoord wordt afgewezen omdat schuldeisers in redelijkheid tot weigering konden komen.