ECLI:NL:RBUTR:2009:BH4303
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bevelschrift wegens onbevoegdheid Raad van Toezicht in begrotingsprocedure advocaatdeclaraties
In deze civiele procedure stond een verzet tegen een bevelschrift centraal, waarin de Raad van Toezicht de declaraties van een advocaat had begroot op EUR 9.922,10. De opposant betwistte de declaraties vooral op inhoudelijke gronden, zoals verkeerde tenaamstelling en onjuiste berekening van verschotten, en stelde dat de Raad van Toezicht zich daardoor onbevoegd had moeten verklaren.
De rechtbank stelde vast dat de Raad van Toezicht volgens artikel 32 WTBZ Pro alleen bevoegd is tot begroting indien de bezwaren zien op de hoogte van de declaraties. In dit geval hadden de bezwaren nagenoeg geen betrekking op de hoogte, maar op andere inhoudelijke aspecten. Daarom was de Raad van Toezicht onbevoegd om tot begroting over te gaan en om een executoriale titel te verlenen.
De rechtbank verwierp het verweer van de advocaat dat het verzet niet tijdig was ingesteld en oordeelde dat de vordering in reconventie niet toewijsbaar was omdat de inhoudelijke bezwaren niet in de begrotingsprocedure beoordeeld kunnen worden. Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het verzet gegrond, vernietigde het bevelschrift en veroordeelde de advocaat in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het bevelschrift vernietigd wegens onbevoegdheid van de Raad van Toezicht.