ECLI:NL:RBUTR:2009:BH2750
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Besluit Slalomcommissie NKB nietig wegens strijd met reglementen en onrechtmatig handelen
De zaak betreft een geschil tussen een kanovaarder en de Nederlandse Kano Bond (NKB) over een besluit van de Slalomcommissie van de NKB d.d. 21 juni 2007, waarbij de kanovaarder uit de nationale selectie werd verwijderd vanwege zijn gedrag. De kanovaarder stelde dat dit besluit nietig was omdat de Slalomcommissie daartoe niet bevoegd was en dat de NKB onrechtmatig had gehandeld door dit besluit te nemen.
De rechtbank oordeelde dat de Slalomcommissie wel bevoegd is tot het samenstellen van de selectie, maar niet tot het verwijderen van een lid op grond van gedragingen zoals die van de kanovaarder. Het besluit had een tuchtrechtelijk karakter en viel onder de bevoegdheid van de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep. Omdat de Slalomcommissie niet bevoegd was, was het besluit nietig op grond van artikel 2:14 BW Pro.
De rechtbank stelde vast dat het nietige besluit een onrechtmatige daad opleverde jegens de kanovaarder en dat de NKB aansprakelijk was voor de daardoor geleden schade. De schade bestond uit het mislopen van een A-status met bijbehorende vergoedingen, welke werd toegewezen tot een bedrag van EUR 13.456,59. Andere immateriële schadevorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast werd de NKB veroordeeld tot vergoeding van schade wegens het niet correct verschijnen in een kort geding, wat leidde tot extra kosten voor de kanovaarder. De totale schadevergoeding werd vastgesteld op EUR 14.224,69, vermeerderd met wettelijke rente. De NKB werd tevens veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van de Slalomcommissie is nietig verklaard en de NKB is veroordeeld tot betaling van schadevergoeding en proceskosten aan de kanovaarder.