ECLI:NL:RBUTR:2008:BH1662
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor verduistering van geld uit hoofde van persoonlijke dienstbetrekking
De rechtbank Utrecht heeft op 26 november 2008 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van verduistering van geld uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking bij een herenkapsalon in De Bilt. De verduistering vond plaats in de periode van 1 januari 2004 tot en met 15 november 2007, waarbij een groot geldbedrag werd weggenomen. De verdachte bekende gedeeltelijk, maar betwistte de omvang van het verduisterde bedrag.
Bewijs bestond uit verklaringen van de verdachte, de werkgeefster en haar vader die een beschrijving gaf van camerabeelden waarop de verduistering zichtbaar was. De rechtbank oordeelde dat de camerabeelden niet onrechtmatig waren verkregen, omdat de werkgever zonder inmenging van opsporingsambtenaren de camera had geplaatst. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte een groot geldbedrag had verduisterd, maar niet het volledige bedrag van €127.892 zoals ten laste gelegd.
De rechtbank nam een psychiatrisch rapport in overweging waaruit bleek dat verdachte toerekeningsvatbaar was. Gezien de ernst van het feit, de duur van de verduistering en het feit dat verdachte niet eerder was veroordeeld, legde de rechtbank een taakstraf van 240 uur op, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht. De civiele schadevordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en verwezen naar de burgerlijke rechter.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden en een werkstraf van 240 uur wegens verduistering.