ECLI:NL:RBUTR:2008:BH1313

Rechtbank Utrecht

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
16-618007-06
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14g SrArt. 27 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tenuitvoerlegging bijzondere voorwaarde met opdracht aan Reclassering

De rechtbank Utrecht behandelde een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een bijzondere voorwaarde opgelegd bij een eerder onherroepelijk vonnis van 4 mei 2007. De veroordeelde was veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met de bijzondere voorwaarde dat hij zich zou houden aan aanwijzingen van de Reclassering, waaronder het volgen van een Cognitieve Vaardigheden Training.

De veroordeelde verklaarde zijn leven te hebben omgegooid, geen drugs meer te gebruiken, werk te hebben gevonden en zorg te dragen voor zijn kinderen. Hij gaf aan bereid te zijn alsnog aan de bijzondere voorwaarde te voldoen, ook al was het volgen van de training lastig vanwege zijn werktijden.

De officier van justitie wijzigde ter zitting zijn conclusie en vorderde afwijzing van de tenuitvoerleggingsvordering, met de opdracht aan de Reclassering om alsnog uitvoering te geven aan de bijzondere voorwaarde.

De rechtbank oordeelde dat gezien de positieve gedragsverandering van de veroordeelde en het ontbreken van nieuwe feiten, de vordering moet worden afgewezen en de Reclassering wordt opgedragen alsnog uitvoering te geven aan de bijzondere voorwaarde.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van de bijzondere voorwaarde af en draagt de Reclassering op alsnog uitvoering te geven.

Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT
Parketnummer: 16/618007-06
Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging ex artikel 14g van het wetboek van strafrecht.
In de zaak van de officier van justitie onder het hierboven genoemde parketnummer tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats] (Ned. Antillen),
feitelijke woonadres: [woonadres] te [woonplaats],
volgens GBA: [woonadres] te [woonplaats],
heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging gevorderd van een aan veroordeelde opgelegde straf. Op deze vordering heeft de rechtbank de volgende beslissing gegeven.
1. De procedure.
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
- het vonnis van de meervoudige kamer d.d. 19 april 2007;
- de vordering van de officier van justitie d.d. 27 juni 2008;
- een negatief afloopbericht toezicht van Bouman GGZ te Rotterdam d.d. 2 juni 2008;
- de overige stukken;
Tijdens het onderzoek ter terechtzitting is de officier van justitie gehoord.
Tevens is de veroordeelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsman mr. J. Peters, advocaat te Amersfoort.
2. De beoordeling.
Aan veroordeelde is bij voormeld vonnis een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 18 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het wetboek van strafrecht, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van Reclassering Nederland, zolang die instelling dat nodig vindt, ook als deze inhouden het volgen van een Cognitieve Vaardigheden Training en/of begeleiding door het Centrum Maliebaan.
Voormeld vonnis is onherroepelijk geworden op 4 mei 2007.
Het standpunt van de veroordeelde
De veroordeelde heeft verklaard dat hij zijn leven heeft omgegooid. Hij heeft gebroken met zijn vroegere vrienden en gebruikt geen drugs meer. Na zijn invrijheidstelling in september 2007 is hij meteen via een uitzendbureau aan het werk gegaan. Vervolgens is hij als ZZP-er een klusbedrijf gestart. Hij heeft hiermee tijdelijk moeten stoppen in verband met de economische crisis en werkt sinds begin december 2008 als vrachtwagenchauffeur via een uitzendbureau vijf dagen per week. Daarnaast heeft hij de zorg voor de kinderen als zijn echtgenote in de avonduren werkt. De veroordeelde heeft verklaard dat hij bij de Reclassering heeft aangegeven dat het lastig is overdag een training te volgen, maar heeft wel gesteld dat hij zich aan de bijzondere voorwaarde wilde houden. Hierin is een en ander misgelopen.
De veroordeelde heeft de rechtbank verzocht hem nog een kans te geven alsnog de bijzondere voorwaarde te kunnen nakomen. Hij heeft tevens verklaard dat hij hiervoor bereid is naar de Reclassering in Rotterdam af te reizen, ook al is hij feitelijk woonachtig in [plaats].
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter terechtzitting zijn conclusie gewijzigd en heeft afwijzing van de vordering na voorwaardelijke veroordeling gevorderd, met opdracht aan Bouman GGZ Reclassering alsnog uitvoering te geven aan de bijzondere voorwaarde.
Het standpunt van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel, gelet op het feit dat de veroordeelde zijn leven heeft omgegooid, een inkomen heeft en sinds voornoemd vonnis geen nieuwe feiten heeft gepleegd, dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie dient te worden afgewezen, met opdracht aan Bouman GGZ Reclassering om alsnog uitvoering te geven aan de bijzondere voorwaarde.
3. De beslissing.
De rechtbank wijst de vordering na voorwaardelijke veroordeling van de officier van justitie d.d. 27 juni 2008 af, en draagt Bouman GGZ Reclassering te Rotterdam op om alsnog uitvoering te geven aan de bij voornoemd vonnis opgelegde bijzondere voorwaarde.
Deze beslissing is gegeven door mr. L.E. Verschoor-Bergsma, voorzitter, mr. S.C. Hagedoorn en M.H.L. Schoenmakers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier H.A.M. Blom en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 19 december 2008.
Mr. Schoenmakers is niet in de gelegenheid deze beslissing mee te ondertekenen.