ECLI:NL:RBUTR:2008:BG9318
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op verhuisvergoeding bij huur beëindiging voor sloop van studentenwoning
De huurder [V] huurde vanaf 20 februari 2003 een kamer van Stichting Sociale Huisvesting Utrecht (SSH) in een pand dat voor renovatie en sloop bestemd was. De huurovereenkomst bevatte bepalingen dat de huur eindigt zodra de verhuurder het pand voor sloop nodig heeft en dat de huurder geen aanspraak kan maken op verhuisvergoeding.
Na verhuizing naar een andere kamer op dezelfde voorwaarden, werd de huur opgezegd en de sleutels ingeleverd op 3 maart 2007. SSH vorderde betaling van huur over de periode tot 2 maart 2007 en incassokosten. De huurder erkende de huurachterstand van februari 2007 maar betwistte de incassokosten.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder de kamer tot 2 maart 2007 ter beschikking had en veroordeelde hem tot betaling van de huur over die periode met rente. De incassokosten werden afgewezen omdat deze onterecht waren gemaakt. De vordering tot verhuisvergoeding van de huurder werd niet direct behandeld maar verwezen naar een rolzitting voor verdere procedure.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van € 372,58 plus rente en proceskosten en wees het meer of anders gevorderde af. De zaak in reconventie werd aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige huur met rente, incassokosten worden afgewezen, tegenvordering tot verhuisvergoeding aangehouden.