ECLI:NL:RBUTR:2008:BG6521
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. Wagenmakers
- Z.J. Oosting
- J.D.E. Brouwer-Poederbach
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor medeplegen handel in cocaïne en bezit van verdovende middelen
De rechtbank Utrecht heeft op 19 september 2008 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die samen met medeverdachten werd verdacht van handel in cocaïne en bezit van verdovende middelen. Het onderzoek richtte zich op de periode van oktober 2007 tot mei 2008, waarbij verdachte en anderen cocaïne verkochten, vervoerden en in bezit hadden.
Het bewijs bestond uit anonieme meldingen, telefonische afluisteringen van een zogenaamde dealtelefoon, observaties bij een eetgelegenheid, getuigenverklaringen van kopers, en inbeslagname van cocaïne en MDMA in woningen en voertuigen. De rechtbank achtte op grond van deze bewijzen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde in de handel en het bezit van de genoemde drugs.
Verdachte verklaarde zelf enige tijd cocaïne te hebben verhandeld. De rechtbank concludeerde dat de gedragingen van verdachte en medeverdachten gericht waren op gezamenlijke drugshandel. De strafbaarheid werd bevestigd, en de rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de duur van de handel, en het feit dat verdachte niet eerder voor dergelijke feiten was veroordeeld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden omtrent reclasseringscontact. Tevens werd een geldbedrag van €780,- verbeurd verklaard als handelsgeld en werd de inbeslaggenomen cocaïne onttrokken aan het verkeer.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en verbeurdverklaring van €780,- wegens medeplegen handel in cocaïne en bezit van verdovende middelen.