ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5820
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M. R. Groenewoud
- F.M.D. Aardema
- Rechtspraak.nl
Tijdigheid aanvraag tegemoetkoming kinderopvang over 2005 en toepassing overgangsrecht
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Belastingdienst om hun aanvraag tot vaststelling van de tegemoetkoming kinderopvang over 2005 op nihil te stellen wegens te late indiening. Eisers stelden dat de aanvraag te laat was ingediend omdat pas in het najaar van 2006 duidelijk werd welk deel de werkgever zou bijdragen.
De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel IA van de Verzamelwet arbeidsverhoudingen en arbeidsmarkt 2006, dat terugwerkt tot 1 januari 2005, een aanvraag over 2005 als tijdig wordt beschouwd indien deze voor 1 april 2007 is ingediend en de aanspraak gebaseerd is op artikel 6, vierde lid, van de Wet kinderopvang. De rechtbank stelt vast dat eiseres aan deze voorwaarden voldoet en dat verweerder zich niet zonder nadere motivering op het standpunt kan stellen dat de aanvraag niet tijdig is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de aanvraag als tijdig moet worden beschouwd.