ECLI:NL:RBUTR:2008:BG5524
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt ontvankelijkheid OM ondanks vormverzuimen bij tapgesprekken met geheimhouders
In deze strafzaak werden tientallen telefoongesprekken en sms-contacten met geheimhouders getapt zonder dat deze in strijd met wet- en regelgeving aan de officier van justitie werden gemeld of vernietigd. De rechtbank constateerde onherstelbare vormverzuimen, maar oordeelde dat deze niet doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte zijn begaan.
De rechtbank baseerde haar oordeel op verklaringen van betrokken opsporingsambtenaren en officieren van justitie, waaruit bleek dat onduidelijke communicatie en gebrek aan kennis van regelgeving hebben geleid tot het niet melden van deze gesprekken. Tevens bleek dat de geheimhoudersgesprekken geen richtinggevende rol hebben gespeeld in het onderzoek en dat verdachten niet op basis daarvan zijn aangehouden.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad waarin wordt benadrukt dat niet-ontvankelijkheid alleen volgt bij ernstige inbreuken op de procesorde met grove veronachtzaming. Gezien het ontbreken van aanwijzingen voor zodanige ernstige tekortkomingen en het feit dat de officier van justitie alsnog opdracht gaf tot vernietiging, werd het verweer tot niet-ontvankelijkheid verworpen. Het onderzoek werd geschorst tot een latere zitting.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie wordt ontvankelijk verklaard ondanks onherstelbare vormverzuimen bij het niet melden en vernietigen van tapgesprekken met geheimhouders.