ECLI:NL:RBUTR:2008:BG3678
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Prijsbepaling en geschil over aandelenoverdracht Mede Groep B.V. tussen aandeelhouders
In deze zaak staat de prijsbepaling van aandelen van Fenland Holding in Mede Groep B.V. centraal. Fenland Holding en In PlanE c.s. zijn aandeelhouders met respectievelijk circa 32,5% en 67,5% van de aandelen. Fenland Holding werd ontslagen als bestuurder en moet haar aandelen aanbieden volgens de aandeelhoudersovereenkomst of de wettelijke regeling van artikel 2:343 BW Pro.
Fenland Holding betwist de toepassing van de formule uit de aandeelhoudersovereenkomst en stelt dat de wettelijke regeling van artikel 2:343 BW Pro van dwingend recht is, terwijl In PlanE c.s. de overeenkomst als leidend ziet. De rechtbank stelt vast dat artikel 2:343 BW Pro een subsidiaire regeling is en dat de aandeelhoudersovereenkomst en statuten de prijsbepaling regelen. De rechtbank wijst de vordering tot toepassing van artikel 2:343 BW Pro af.
De rechtbank oordeelt verder dat de formule in de aandeelhoudersovereenkomst helder en bindend is, ondanks betwisting door Fenland Holding over de berekeningswijze en waardebepaling. Een onafhankelijke deskundige wordt benoemd om de waarde van de aandelen volgens de formule te berekenen. Daarnaast behandelt de rechtbank vorderingen over autokosten, kwijtschelding van een leasecontract en rente, waarbij een deel van de vorderingen wordt toegewezen en een ander deel wordt afgewezen.
De procedure wordt aangehouden voor nadere schriftelijke toelichting over de deskundige en overige openstaande punten. De uitspraak is gewezen door rechter J.P. Killian op 29 oktober 2008.
Uitkomst: De prijs van de aandelen wordt vastgesteld volgens de formule in de aandeelhoudersovereenkomst en een deskundige wordt benoemd; vorderingen op grond van artikel 2:343 BW worden afgewezen; betaling wegens kwijtschelding wordt toegewezen.