ECLI:NL:RBUTR:2008:BF9300
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens eenzijdige beëindiging overeenkomst tussen [eiser sub 1] en Bruna B.V.
In deze civiele procedure vordert [eiser sub 1] schadevergoeding van Bruna B.V. wegens de eenzijdige beëindiging van een samenwerkingsovereenkomst. De rechtbank heeft de zaak behandeld aan de hand van tussenvonnissen en aanvullende stukken, waarbij de jaarrekeningen en schadeberekeningen centraal stonden.
De kern van het geschil betreft het aantal transacties dat onder de overeenkomst valt en de omvang van de gederfde omzet en kosten die [eiser sub 1] had moeten maken. De rechtbank oordeelt dat Bruna onvoldoende heeft onderbouwd waarom bepaalde transacties niet onder de overeenkomst zouden vallen, en gaat uit van een hoger aantal transacties dan Bruna stelt, met name 21 in 2006, 38 in 2007 en 8 in 2008.
De rechtbank beoordeelt vervolgens de kostenposten die in mindering moeten worden gebracht op de omzet, zoals personeelskosten, afschrijvingen, huisvestingskosten en vervoerskosten. Hierbij wordt rekening gehouden met de feitelijke situatie en redelijke aannames. De totale schadevergoeding wordt vastgesteld op EUR 311.611, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
[ eiser sub 2 ] wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Bruna B.V. wordt veroordeeld tot betaling van EUR 311.611 aan [eiser sub 1], vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.