ECLI:NL:RBUTR:2008:BF2257
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in bestuursbeurszaak en verwijst naar college van beroep hoger onderwijs
Eiseres stelde beroep in tegen een besluit van 7 augustus 2007 waarbij verweerder het bezwaar van eiseres tegen een eerdere toekenning van bestuursbeurzen had gegrond verklaard. De bestuursbeurzen werden toegekend op grond van de Regeling bestuursbeurzen, vastgesteld krachtens artikel 7.51, vijfde lid van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
De rechtbank onderzocht ambtshalve haar bevoegdheid en concludeerde dat beslissingen genomen krachtens titel 3 van hoofdstuk 7 van de WHW exclusief voor het college van beroep voor het hoger onderwijs (cbho) zijn. Dit betekent dat het cbho exclusief bevoegd is om te oordelen over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit.
De rechtbank verklaarde zich daarom onbevoegd om kennis te nemen van het beroep en verwees de zaak door naar het cbho. Tevens werd opgemerkt dat het cbho zal beoordelen of de brief van 14 maart 2007 als een besluit kan worden aangemerkt waartegen bezwaar openstaat. De rechtbank kwam hiermee terug op een eerdere uitspraak van 10 oktober 2005 over haar bevoegdheid in soortgelijke zaken.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Utrecht op 22 september 2008.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en verwijst de zaak door naar het college van beroep voor het hoger onderwijs.