ECLI:NL:RBUTR:2008:BE8979
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Foppen
- M.P. Gerrits-Janssens
- C.E.M. Nootenboom-Lock
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs mensenhandel
De rechtbank Utrecht heeft op 30 juli 2008 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van mensenhandel met betrekking tot twee benadeelden die prostitutiewerkzaamheden verrichtten. De officier van justitie had een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden geëist, alsmede schadevergoedingen voor de benadeelden.
Tijdens de terechtzitting werd vastgesteld dat hoewel de benadeelden inderdaad prostitutiewerkzaamheden verrichtten en verdachte daarbij een rol speelde, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was geleverd dat strafbare middelen waren gebruikt die mensenhandel zouden aantonen. Hierdoor kon de rechtbank niet tot een veroordeling komen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten en verklaarde de benadeelden niet-ontvankelijk in hun vorderingen tot schadevergoeding, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd en artikel 9a Wetboek van Strafrecht niet van toepassing was.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs voor het aannemen van mensenhandel en de restricties bij het toekennen van schadevergoedingsmaatregelen zonder veroordeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van mensenhandel.