ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9991
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering predikant tegen ontzetting uit ambt wegens seksueel misbruik pastorale relatie
De zaak betreft een predikant die werd ontzet uit zijn ambt door het Regionaal College voor het Opzicht en dit besluit werd bekrachtigd door het Generaal College. De predikant stelde zich op het standpunt dat het besluit onrechtmatig was en dat het ne bis in idem-beginsel was geschonden. Hij vorderde onder meer vernietiging van het besluit, schadevergoeding en herstel in zijn ambt.
De rechtbank oordeelde dat de predikant ontvankelijk was in zijn vorderingen, maar dat het toetsingskader marginaal was en dat alleen ernstige schendingen van fundamentele rechtsbeginselen tot vernietiging konden leiden. De rechtbank concludeerde dat de klacht over het niet naleven van het hoor- en wederhoorbeginsel onvoldoende onderbouwd was, mede omdat er een beroepsprocedure was gevolgd.
Verder oordeelde de rechtbank dat het Regionaal College terecht de tweede klacht in behandeling had genomen, ondanks dat de klager niet bereid was een verklaring af te leggen, omdat de klacht onder oud recht was ingediend en er meer feiten ter kennis waren gekomen. Het ne bis in idem-beginsel was niet geschonden omdat het tweede besluit betrekking had op een ander feitencomplex.
De motivering van het Generaal College was voldoende, mede omdat de predikant zelf had erkend dat zijn gedrag misbruik van de pastorale relatie inhield. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de predikant in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de predikant af en bevestigt het besluit tot ontzetting uit het ambt wegens seksueel misbruik in de pastorale relatie.