ECLI:NL:RBUTR:2008:BD9237
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing aanvullende koopsom wegens wijziging regeling recht van overpad na mediation
Eiser verkocht een perceel aan gedaagden waarbij een aanvullende koopsom was overeengekomen afhankelijk van de uitkomst van een procedure over een noodweg over het perceel. Na een vonnis dat een noodweg toewijst, werd hoger beroep ingesteld en een mediationtraject gevoerd tussen gedaagden en buren, wat leidde tot een vaststellingsovereenkomst waarbij de noodweg deels over het perceel van gedaagden loopt.
Eiser stelde aanspraak te maken op de aanvullende koopsom omdat het vonnis niet werd uitgevoerd en de regeling wijzigde. Gedaagden voerden verweer dat eiser afstand had gedaan van zijn rechten of dat deze waren verjaard. De rechtbank verwierp deze verweren omdat gedaagden het hoger beroep mede namens eiser had ingesteld en contact hield.
De rechtbank oordeelde dat door de vaststellingsovereenkomst de oorspronkelijke regeling en het vonnis zijn komen te vervallen, waardoor eiser geen belang meer had bij het hoger beroep en zijn aanspraken op de aanvullende koopsom waren komen te vervallen. Op grond van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 1 BW Pro) werd echter een vergoeding van €10.000 aan eiser toegekend, rekening houdend met de vergoeding die gedaagden via buren ontvingen.
De vordering van gedaagden tot verrekening van juridische kosten werd afgewezen omdat deze kosten grotendeels door een rechtsbijstandverzekeraar waren gedragen en de overige kosten samenhingen met keuzes van gedaagden. De proceskosten werden deels gecompenseerd. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van een aanvullende koopsom van €10.000 aan eiser met rente en proceskosten.